leestijd3 minuten
In het eerste artikel gingen we terug naar het ontstaan van TwinQ: van een toevallig gesprek op een verjaardag naar de eerste versie van de software en de eerste klanten. Daarmee lag de basis. Een goed idee is echter nog geen bedrijf, zeker niet in een sector die zelf volop in ontwikkeling is.
In dit tweede deel kijken we naar de jaren waarin TwinQ zijn plek moest vinden, in een markt die groeide, veranderde en vernieuwing niet altijd met open armen ontving.
Een markt die nog moest ontdekken wat ze nodig had
Begin jaren 2000 is VvE-beheer voor veel organisaties nog geen duidelijk afgebakend vakgebied. Veel administratie wordt ‘er bij gedaan’ door kleine kantoren of door bewoners zelf. Tegelijkertijd begint de markt langzaam te verschuiven.
Woningcorporaties verkopen delen van hun woningbezit, waardoor steeds meer VvE’s ontstaan. De complexiteit neemt toe. Beheerders krijgen meer verantwoordelijkheid, terwijl de middelen en processen daar nog niet op zijn ingericht.
TwinQ komt op de markt met een duidelijke visie, maar moet die visie steeds opnieuw uitleggen en onderbouwen. Wat voor de één een logische stap vooruit is, voelt voor de ander als een verandering die eerst goed doordacht moet worden.
Doen alsof je groot bent
Een belangrijk moment in die beginfase is de eerste beursdeelname bij VvE Belang in Ahoy. TwinQ is op dat moment nog een kleine speler, zonder groot klantenbestand of uitgebreide organisatie. Toch staat er een stand die dat niet verraadt.
“Wij stonden daar alsof we een grote partij waren. Net als veel andere nieuwe spelers deden we gewoon alsof we er al waren,” vertelt Laurens.
Die houding werkt. Bezoekers blijven staan, stellen vragen en tonen interesse. Juist woningcorporaties, midden in veranderingen binnen hun portefeuille, zoeken naar manieren om VvE-beheer beter te organiseren. De beurs levert veel zichtbaarheid op bij beroepsmatige beheerders, en dat blijkt een belangrijke stap in de verdere groei.
‘Wij stonden daar alsof we een grote partij waren. Net als veel andere nieuwe spelers deden we gewoon alsof we er al waren’
Congres 2015 – Plenaire sessie

Vasthouden aan keuzes die nog niet vanzelfsprekend zijn
Laurens heeft een sterke toekomstvisie. Die leidt tot keuzes die aanvankelijk weerstand oproepen. De beslissing om volledig online te werken is daar een goed voorbeeld van. In een tijd waarin veel organisaties gewend zijn software lokaal te installeren, voelt een online oplossing voor sommigen als een stap te ver. Zeker bij grotere organisaties speelt de behoefte aan controle over de eigen IT-omgeving een belangrijke rol.
Die gesprekken worden ook daadwerkelijk gevoerd. Laurens: “We hebben serieus gekeken naar een lokale installatie bij een klant. Dat kon technisch gewoon. Maar toen we het goed doorrekenden en bekeken wat het betekende voor beheer en onderhoud, werd al snel duidelijk dat online werken de beste keuze was.”
“Wij wilden het beheer zelf blijven doen. Zorgen dat alles up-to-date blijft, dat verbeteringen direct beschikbaar zijn voor iedereen. Dat werkt gewoon beter als je het centraal organiseert,” legt hij uit. Die overtuiging wordt een belangrijk onderdeel van de koers, de aanpak van TwinQ biedt de meeste waarde voor klanten op de lange termijn.
Groeien met aandacht voor de praktijk
Naast deze strategische keuzes speelt de dagelijkse praktijk een even grote rol. TwinQ werkt met verschillende typen klanten, elk met hun eigen werkwijze en vraagstukken. Die diversiteit vraagt om flexibiliteit: elke organisatie werkt anders en elke implementatie verloopt op zijn eigen manier. Juist in die variatie leert het team wat werkt.
De eerste klanten, waaronder grote woningcorporaties, brengen hun eigen complexiteit mee. Die inzichten gaan direct mee in de verdere ontwikkeling van de oplossing.
Het uitgangspunt blijft daarbij hetzelfde: dicht bij de praktijk blijven, goed luisteren en stap voor stap verbeteren.
Samen bouwen aan TwinQ: een foto uit de beginperiode van Laurens en Edwin.

Een groei die je niet volledig kunt sturen
Een belangrijk deel van de groei komt uit de praktijk zelf. Medewerkers die met de software van TwinQ werken, nemen hun ervaring mee naar andere organisaties. Zo ontstaat een natuurlijke verspreiding, gebaseerd op vertrouwen en herkenning. Nieuwe klanten komen via ervaringen van mensen die al met de oplossing werken. Die groei is misschien minder voorspelbaar, maar wel stevig verankerd in de praktijk.
Meer dan alleen software
In de praktijk blijkt al snel dat VvE-beheer verder gaat dan administratie. Het gaat over mensen, belangen en situaties die gevoeliger liggen dan ze op het eerste gezicht lijken. Achter cijfers en overzichten zitten bewoners, besluiten en verantwoordelijkheden die direct invloed hebben op het dagelijks leven.
“Je hebt het niet alleen over cijfers. Je hebt het over mensen die met elkaar in één gebouw wonen. Dan kunnen kleine dingen soms groter worden dan je vooraf verwacht,” vertelt Laurens.
Juist in die context krijgt software een andere rol: een instrument om processen helder en inzichtelijk te maken, zodat er minder ruimte is voor misverstanden en meer rust in de samenwerking. Het helpt beheerders het gesprek zakelijk te houden, zonder het menselijke aspect uit het oog te verliezen.
‘Je hebt het niet alleen over cijfers. Je hebt het over mensen die met elkaar in één gebouw wonen. Dan kunnen kleine dingen soms groter worden dan je vooraf verwacht’
Een volgende fase dient zich aan
Aan het einde van deze periode heeft TwinQ zijn plek gevonden. De eerste groeifase is doorlopen, de koers is duidelijker en de markt begint mee te bewegen. Daarmee ontstaat ook een nieuwe vraag: hoe blijf je groeien zonder de basis te verliezen? En hoe bouw je een organisatie die die groei aankan?
In een volgend artikel gaan we in op de mensen achter TwinQ en hoe het team zich ontwikkelde in deze fase van groei.
